Je krijgt managementrapportages, kwartaalgesprekken en trendoverzichten. Wat je daarin leest is de formulering van de school, niet de kwaliteit van de school. De ene directeur is uitgesproken, de andere houdt het klein; de ene noemt een probleem bij naam, de andere schrijft dat er “aandacht voor is”. Wegen kun je dat niet, en dus weeg je op vertrouwen.
Verschillen tussen je scholen zijn groot, en de verklaringen die je krijgt zijn dat ook: de wijk, het team, het gebouw, de vorige directeur. Welke verklaring de juiste is, kun je van een afstand niet vaststellen. Zo wordt sturing afhankelijk van signalen: er gaat iets mis op één school, en dan komt het in beeld. Vaak via een boze ouder, een audit of een inspectiebezoek — en dan ligt de vraag bij jou. Hoe wist je dat, en wat heb je eraan gedaan? Daaronder zit het echte dilemma. Je wilt je directeuren eigenaarschap geven, en je moet tegelijk zelf zicht houden. Zonder gedeelde taal wordt dat elke keer én te veel controle én te weinig: een audit die niemand van de school zelf is, of een rapportage die je niet kunt lezen.
KaderKracht zet bestuur, schoolleiding en kwaliteitscoördinatoren op dezelfde begrippen, zodat wat er van de scholen naar boven komt vergelijkbaar wordt.
Wil je weten wat een bovenschools traject voor jouw stichting zou inhouden? Vertel wat er speelt en met hoeveel schoolleiders je werkt, dan kijken we wat past. In overleg is er veel mogelijk, ook verspreid over meerdere studiedagen.