Hoe organiseer je betekenisvol leren in het basisonderwijs? In dit artikel lees je waarom traditioneel, methodegestuurd onderwijs vaak weinig betrokkenheid oproept. Ook lees je hoe je als schoolteam voor groep 1 tot en met 8 een onderwijsmethode kiest op basis van leerervaringen, motivatie en een veilige leeromgeving.
Ik ken een school. Een leuke school, met tevreden ouders, kinderen en medewerkers. Een dijk van een team met veel kennis, veel energie en prima onderlinge verhoudingen. Je herkent het vast, want op veel basisscholen geven methodes en leerlijnen jarenlang richting aan het onderwijs. Deze school is toe aan een nieuwe methode voor een vak. De aanpak is bekend: een commissie oriënteert zich, luistert, weegt opnieuw en adviseert. Maar waarop oriënteert zo’n werkgroep zich eigenlijk? Een methode kopen betekent immers dat je een route kiest die vaak acht tot tien jaar bepalend is, althans in het gangbare denken. Zonder glazen bol beslissen we dus voor jaren. En dan blijkt dat sommige methodes vooral conservatisme ademen.
“Natuurlijk, de methode volgt de leerlijn!” (team en directeur opgelucht). “Met boeiende verwerkingsopdrachten maken kinderen zich de stof eigen. Af en toe een beetje prikkelend, want dat blijft hangen. En de voorbereiding kost nauwelijks tijd. Handig toch?” Tja, inderdaad handig. Dertig jaar geleden ook al. Alleen is de digitale ondersteuning nu beter, en weten we inmiddels veel meer over wat leren werkelijk betekenisvol maakt. Tenzij je bewust kiest voor oude werkwijzen, is een methode kiezen daarom niet zo eenvoudig. Een onderliggend bouwplan voor leren zou houvast moeten geven. En dat bouwplan bestaat. Het gaat over leren, maar niet over schools leren. Want houd vast in je achterhoofd: traditioneel onderwijs is saai, voor leerlingen én voor leerkrachten (Fullan, 2007).
Waarom we leren bijna automatisch aan school koppelen
In het basisonderwijs gaat een gesprek over leren al snel over methodes, lessen en toetsmomenten. Onderzoek laat iets opvallends zien: in de beleving van de meeste mensen is leren vooral iets van school (Richardson, 2015). Vraag je mensen hoe zij leren, dan denken ze vrijwel altijd eerst terug aan hun schooltijd. Probeer het zelf maar eens. Onderzoeker Seymour Papert vatte dit treffend samen: bijna iedereen heeft een ‘schoolkant’ in zijn hoofd die voorschrijft dat school-leren de natuurlijke manier van leren is, en tegelijk een persoonlijke leerkant die precies weet dat dit niet klopt (Papert, 1993). Lees die gedachte nog eens rustig over.
Betekenisvol leren: motivatie, betrokkenheid en de wil om te leren
Interessant, toch? Er bestaat kennelijk een verschil tussen leren in de klas en leren buiten school. In de meeste gevallen is leren buiten school een totaal andere vorm van leren. Je kunt een simpel onderscheid maken tussen betekenisvol en niet-betekenisvol leren (Richardson, 2015). Of dichter bij huis: leren voor het leven, of leren voor iets anders, zoals een toets. Bij betekenisvol leren ontstaat motivatie: de wil om te leren en om kennis en vaardigheden uit te breiden. Ontbreekt die wil, dan ontstaat iets wat niet betekenisvol is, zoals verspilde tijd, energie en moeite. Het draait om die ene zinsnede: “de wil om te leren”. Daarin zit passie, zin, betrokkenheid en interesse voor een onderwerp. Het gevolg is dat we dóór willen leren en ontdekken. Vermoedelijk heeft iedereen zo’n leerervaring, ook wij als onderwijsmensen.
Uit een enquête onder meer dan 10.000 leerkrachten naar hun meest indrukwekkende leerervaringen blijkt welke voorwaarden daarbij steeds terugkomen (Richardson, 2015): een veilige en positieve leeromgeving, toepasbare kennis, samen met anderen leren, plezier, relevantie voor je eigen leven, een multidisciplinaire aanpak, interessante vragen, gepassioneerde docenten en mentoren, feedback, autonomie, uitdaging, geen tijdsdruk en een vloeiend verloop.
Van eigen leerervaring naar onderwijspraktijk en methodekeuze
En dan worden we zelf leerkracht. In onze poging om een zo goed mogelijke leerkracht te zijn, lijken we soms onze eigen intuïtieve en praktische kennis over leren kwijt te raken. Dat is opmerkelijk, want we weten precies welke omstandigheden nodig zijn om toegewijd te leren. We hebben het immers zelf meegemaakt.
Terug naar de keuze van een methode. Er ligt dus een bouwplan. De opsomming hierboven is het antwoord van duizenden leerkrachten op de vraag hoe zij zelf op een indrukwekkende manier leerden. Gebruik dat als kompas in je team of commissie. Ga terug naar je eigen leerervaringen: wanneer was jij écht betrokken, nieuwsgierig en gemotiveerd? Bespreek die momenten met elkaar en vertaal ze naar afspraken over didactiek, leeromgeving en materialen. Kies daarna pas je werkwijze, en die hoeft geen kant-en-klare methode te zijn. Pas dan kun je leerlingen laten ervaren wat voor jou zo betekenisvol was. Succes met leren!
Veelgestelde vragen over betekenisvol leren
Wat is betekenisvol leren in het basisonderwijs?
Betekenisvol leren is leren dat voor de leerling relevant en begrijpelijk is en waarbij motivatie en betrokkenheid ontstaan. Denk aan rijke contexten, echte vragen en passende leerdoelen in groep 1 tot en met 8, in plaats van alleen leren voor een toets.
Hoe herken je niet-betekenisvol leren in de klas?
Signalen zijn lage betrokkenheid, ‘afwerken’, weinig eigenaarschap en leeractiviteiten die losstaan van een duidelijke vraag of context.
Waar let je op bij het kiezen van een methode?
Let op de aansluiting bij jullie visie op leren, ruimte voor autonomie en feedback, toepasbaarheid, differentiatie en ondersteuning van een veilige, positieve leeromgeving.
Moet je altijd een kant-en-klare methode gebruiken?
Nee. Een methode kan helpen, maar je kunt ook werken met een doordachte aanpak, rijke opdrachten en materialen die passen bij jullie leerdoelen en leerlingen.
Hulp bij een bewuste methodekeuze?
Wil je met je team eerst het gesprek voeren over wat betekenisvol leren bij jullie betekent, voordat je een methode kiest? Onderwijsbouwers begeleidt dat proces. Bekijk de mogelijkheden op de pagina teamontwikkeling.