Wie de spelregels niet kent, ziet niet wanneer de school buitenspel staat

08 okt 26

5 min leestijd

Kwaliteitszorg is geen klus die je bij de kwaliteitscoördinator neerlegt. Het is een leiderschapsvraagstuk. Je kunt alleen gericht sturen op onderwijskwaliteit als je zelf weet wat het waarderingskader onder goed onderwijs verstaat. Het waarderingskader is het kader waarmee de inspectie de kwaliteit van scholen en besturen beoordeelt. Wie het kent, ziet zelf eerder waar het schuurt en is minder afhankelijk van het oordeel van buitenaf.

Een wedstrijd zonder bekende regels valt uiteen in losse wedstrijden

Stel je een voetbalwedstrijd voor waarin de spelers de regels niet kennen. De scheidsrechter fluit en een speler kijkt verbaasd op. Buitenspel? Hands? Een overtreding? Hij heeft geen idee. Al snel speelt iedereen zijn eigen wedstrijd. De één vindt dat iets mag, de ander niet. Zolang niemand weet wat de regels zijn, stuurt ook niemand erop. Dat klinkt absurd, hè? Toch gebeurt iets vergelijkbaars op scholen zodra het over onderwijskwaliteit gaat.

Het waarderingskader beschrijft wat goed onderwijs is, niet alleen wat moet

Het waarderingskader is meer dan een lijst eisen. Het helpt je twee vragen te beantwoorden: wat verstaan we onder goed onderwijs, en hoe weten we of we dat ook echt waarmaken? Dat vraagt iets van leraren, maar meer nog van leiders. Kennen bestuurders, schoolleiders en kwaliteitscoördinatoren de spelregels onvoldoende, dan blijft kwaliteit iets van de individuele leraar. Dan hoor je: “Onze leerkrachten doen het goed.” Of: “We hebben de afspraken toch beschreven?” Maar daarmee weet je nog niet of de school goed onderwijs geeft, en ook niet waar je moet bijsturen.

Wie de regels niet kent, stuurt op activiteiten in plaats van op kwaliteit

Je hoeft natuurlijk niet met een stopwatch langs de groepen. Maar je moet wel weten waarop je stuurt. Zonder scherp beeld van wat het waarderingskader vraagt, wordt kwaliteitszorg een reeks activiteiten: een kwaliteitskalender, een vragenlijst, een analyse, een studiedag, een verbeterplan. Allemaal nuttig. De vraag die ertoe doet is of ze de school helpen beter onderwijs te geven. Die vraag kun je pas beantwoorden als je weet wat goed onderwijs bij jullie inhoudt, welke professionele standaarden daarbij horen en aan welke signalen je ziet dat een school daarvan afwijkt. Een trainer moet weten wat hij van zijn team vraagt. Niet om de scheidsrechter na te spelen, maar om het team beter te laten spelen. Of beter: voetballen doet een speler niet voor de scheidsrechter. Maar als die er wel is, is het handig om ermee rekening te houden.

Een kwaliteitsprobleem in de klas begint bij de organisatie eromheen

Heeft een school te weinig zicht op de kwaliteit van de lessen, dan ligt het voor de hand om naar de individuele leraar te kijken. Een stap terug levert meer op:

  • Welke verwachtingen hebben we op school met elkaar afgesproken?
  • Hoe ziet een goede les er bij ons uit?
  • Kijken we samen naar de kwaliteit van ons onderwijs?
  • Gebruiken we leerlingresultaten en andere informatie om ons handelen te verbeteren?
  • En de belangrijkste: stuurt de leiding hier bewust en consequent op?

Dan verschuift het gesprek van “wie doet het niet goed?” naar “hoe hebben wij geregeld dat goed onderwijs de norm is?” Dat tweede gesprek begint wat mij betreft tussen bestuur(der) en schoolleider(s).

Het kader werkt het best als gezamenlijke taal, niet als checklist

Gebruik je het waarderingskader als checklist om te voorkomen dat de inspecteur iets vindt, dan haal je er weinig uit. Bovendien richt je je dan op het realiseren van een ondergrens. Maar gebruik je het als gezamenlijke taal, dan kunnen bestuur, schoolleiding en team met dezelfde woorden over kwaliteit praten. Ambities worden concreet, en je ziet waar het goed gaat en waar ontwikkeling nodig is. Daarvoor is leiderschap nodig dat niet alleen vraagt “hebben we dit geregeld?”, maar vooral “wat zien we daarvan terug in de klas?” Dat vraagt soms moed. Wie echt op kwaliteit stuurt, benoemt ook wat nog niet goed genoeg is, ook als dat ongemakkelijk is en bestaande routines ter discussie zet.

Wie de regels kent, wacht niet op de scheidsrechter

Een bestuur dat het waarderingskader kent, hoeft niet voortdurend met de inspectie bezig te zijn. Het wordt er juist minder afhankelijk van. Als je zelf weet wat goed onderwijs is, waarop je let en daar met elkaar over in gesprek bent, ontstaat eigenaarschap over kwaliteit. Dan hoor je niet pas van een ander dat je buitenspel staat; dan herkent het team zelf wanneer het spel anders moet. Kwaliteitsleiderschap betekent dus niet controleren of iedereen binnen de lijnen blijft. Het betekent zorgen dat iedereen de lijnen kent, begrijpt waarom ze er staan en samen een goed spel wil spelen. De vraag is daarom niet alleen of je medewerkers het waarderingskader kennen. De eerste vraag is: ken jij het spel dat je van je scholen vraagt? Daarom: kwaliteitsvraagstukken zijn leiderschapsvraagstukken.

De spelregels leren kennen?

Met KaderKracht leer je het waarderingskader lezen en gebruiken, zodat je zelf ziet wanneer je school buitenspel dreigt te staan.

Ontdek KaderKracht Neem contact op